De meest irritante spelfouten

Het is al te lezen in mijn bio: ik ben een beetje een taalpurist. Een beetje, want ik verbeter niet iedereen, alleen maar mijn directe collega’s en vrienden :). En dan ook écht alleen maar de allerergste fouten. Ik vind goed Nederlands gewoon een must. Zeker als je bij een bibliotheek werkt, als communicatieadviseur. Ik zet ze even voor je op een rijtje: de meest irritante spelfouten …

Me/mijn

Met stip op 1: het verkeerde gebruik van ‘me’. Me is géén bezittelijk voornaamwoord. Me computer, me fiets, en echte horror: me kids. Het is MIJN! En ja, ik ben me heus bewust van de ontwikkeling van de Nederlandse taal. Maar dit kan echt niet. Taalverloedering.

Dan/als

Het verschil tussen dan en als leer je al op de basisschool, maar veel mensen vergeten het in de loop van de jaren. En eigenlijk is het niet zo heel erg moeilijk. Ik ben absoluut niet wiskundig aangelegd, maar het verschil tussen als en dan is wiskundig uit te leggen: Als staat voor een evenredige vergelijking, dan voor < of >. Hij is even groot als ik, hij is groter dan ik / kleiner dan ik (en nee, niet: groter als mij, ieuw). Kinderprogramma Het Klokhuis maakte er ooit een leuk liedje over. Zie hieronder.

Wil/wilt

Het gebruik van ‘hij/zij wilt’ is in opkomst. Ik zie en hoor het steeds vaker langskomen. Geen idee waar het vandaan komt, maar het is er ineens. Het is alleen niet juist. Ik wil, jij wil(t), hij/zij/het wil. Niet hij wilt. Het klopt gewoon niet. Bovendien is wil korter, maak er gebruik van :)!

Wat/dat

Het foutieve gebruik tussen wat en dat irriteert me niet eens zo heel erg. De meeste mensen kennen de regel die het onderscheid tussen wat en dat bepaalt niet zo goed. Maar gemakkelijk is het wel. Ik deel het dus even. Wat verwijst naar iets onbepaalds, dat naar iets bepaalds. Het project dat zij leidde (dat verwijst naar project), hij had iets meegemaakt, wat hem erg geschokt had (wat verwijst naar iets). Makkelijk toch?

Hun/hen

Hun hebben het niet goed gedaan. Het is zij! Zij hebben het niet goed gedaan. En sowieso (en nee: niet zo-en-zo of zowiezo): als je twijfelt tussen het gebruik tussen hen en hun: negen van de tien keer kun je gewoon zij gebruiken. Scheelt weer. Voor degenen die willen weten hoe het zit met het verschil tussen hun en hen, een korte uitleg. Hen gebruik je na een voorzetsel (ik geef het boek aan hen) of als lijdend voorwerp (Ik bekijk hen). Twijfels over de laatste regel? Maak er dan een lijdende zin van: hen verandert dan in zij: Zij worden bekeken. Hun gebruik je als meewerkend voorwerp en als er geen voorzetsel voor staat: Ik geef hun het boek (of: aan hen …).

Onjuist spatiegebruik

Het is maar een kleine ruimte tussen twee woorden, maar het kan qua betekenis een wereld van verschil maken. Rode wijnglazen (het glas is toch niet rood :)?) > rodewijnglazen. En finale plaats of een finaleplaats? Een beetje een eindig verschil … Waar gebeurd of waargebeurd? Waar? Verkeerd spatiegebruik leidt in ieder geval vaak tot humoristische woorden!

T/t/dt

Waarschijnlijk hebben we allemaal op de basisschool te maken gehad met het kofschip of het fokschaap. Maar dat handige ezelsbruggetje om te bepalen of er een d of t aan het eind van het woord komt, gaat alleen op voor de verleden tijd van een woord. Hoe zit het nu met de tegenwoordige tijd? Meest handige oplossing: vul loop in: hij loopt, jij loopt, loop jij / hij vindt, jij vindt, vind jij. Easy does it!

Nederlands is best een moeilijke taal. Maar ook een hele mooie taal voor zo’n klein landje. Laten we er met z’n allen een beetje op letten dat we het zo goed mogelijk schrijven en spreken. Voordat je het weet zijn we opgeslokt door de Engelse taal … Inspiratie nodig? Ga dan eens op zoek naar De Schrijfwijzer. Daar staan alle regels in beschreven, met heel veel voorbeelden. En natuurlijk zijn er veel meer boeken in de bibliotheek te vinden over het schrijven van teksten en taalgebruik! Wat vind jij de meest irritante spelfout?