Dag van de grammatica: hoe hoort het ook alweer?

De hele dag, elke dag gebruiken we grammatica. We hopen allemaal dat we het op de juiste manier doen, maar we gaan ook allemaal wel eens de mist in. Dat iemand anders je wijst op een ontbrekende ‘t’ achter de vervoeging van een werkwoord. Of hoe schrijf je ook alweer ‘sowieso’ of ‘te allen tijde’ … Herkenbaar? 

Bronnen

Gelukkig zijn er talloze bronnen die we kunnen raadplegen als we het even niet meer weten. Internet, je collega of klasgenoot en natuurlijk de vele boeken die hier de helpende hand bieden. Als het om écht belangrijke teksten gaat is het altijd handig om iemand anders even te laten meelezen (redigeren). Je eigen foutjes zie je nu eenmaal slecht, ook al lees je de tekst tien keer opnieuw.

gram·ma·ti·ca (de; v; meervoud: grammatica’s)

1. regels die beschrijven hoe een taal gesproken en geschreven wordt

2. leerboek met die regels

Boeken over grammatica in onze collectie

Uiteraard vind je in onze collectie een ruime keuze aan boeken over grammatica en taal. En die collectie beperkt zich natuurlijk niet tot de Nederlandse taal. Voor ieder wat wils. We zochten vijf boeken uit om je een idee te geven.

1. Het Groene Boekje: woordenlijst Nederlandse taal

Eens in de tien jaar verschijnt er een nieuwe officiële Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie, beter bekend als het Groene Boekje. De editie van 2015 bevat weliswaar 50% minder trefwoorden, maar dat zijn er nog altijd circa 52.000, waaronder 10.000 nieuwe. Ook zijn circa 82.000 woordvormen en vervoegingen opgenomen. In de leidraad worden de officiële spellingregels uitgelegd, waar overigens sinds 2005 niets aan is veranderd.

2. Zinnen bouwen: zinnen

Wat zijn zinnen, hoe maak je ze? En hoe maak je ze langer of leuker? Wat zijn samengestelde zinnen en bijzinnen? Op een spelende en verbeeldende manier wordt ‘lastige’ grammaticale materie inzichtelijk en hanteerbaar gemaakt. Informatieve tekstblokken, veel voorbeeldzinnen, belangrijke weetjes en antwoorden in tekstwolkjes en ondersteunende foto’s zorgen voor een veelheid in afwisseling om de inhoud op verschillende manieren echt tot je te nemen. Mooie uitgave om jonge kinderen mee te nemen in de wereld van de taal en kennis te laten maken met alle regels die daar gelden. Om zelf te lezen, om samen te lezen, om te gebruiken bij een taalles op school, om te putten uit alle voorbeelden.

3. Hulpboekje Nederlandse grammatica voor anderstaligen

De belangrijkste Nederlandse grammaticale regels worden in vier talen duidelijk uitgelegd: Nederlands, Engels, Frans en Turks. Bedoeld als naslagwerk voor anderstaligen die bezig zijn met het leren van Nederlands, zowel mondeling als schriftelijk. Elke regel wordt met enkele voorbeeldzinnen ondersteund. Bovendien wordt het gebruik van zinsdeelvolgorde, lidwoorden, telwoorden en ontkenning extra belicht. Eenvoudig naslagwerkje dat goede diensten kan bewijzen in cursussen NT2.

4. Gevoel voor stijl: goed schrijven voor denkende mensen!

Goed schrijven, daar gaat dit boek over. En omdat de auteur een Amerikaan is, gaat het ook over juist gebruik van Engels. Schrijven is lastig. Wie het beter wil leren, moet kijken hoe anderen het doen. In zes hoofdstukken neemt hij ons op een meeslepende manier mee langs een ‘zwarte lijst’ voor schrijvers: jargon, passief schrijven (helemaal niet altijd fout), de aanvoegende wijs, hangende bepalingen en coherentiebogen. Het is vooral een boek voor vakidioten, maar voor hen is het dan ook uniek, leerzaam en zeer het lezen waard. De auteur gebruikt talloze voorbeelden, cartoons en wetenschappelijke feiten, want hij is naast letterkundige ook cognitief psycholoog. Hij schreef eerder bestsellers over taal zoals ‘Het taalinstinct’ (1995).

5. Taal is zeg maar echt mijn ding

In het taalgebruik kunnen woorden evolueren: zo is de uitspraak van ‘nieuw’ in sommige kringen opgeschoven naar ‘nuuw’. Cabaretier en columnist Paulien Cornelisse is even alert op dat soort ontwikkelingen als Kees van Kooten in zijn Treitertrend-tijd. Het boek bevat onder meer in NRC Next verschenen columns over taal, gelardeerd met puntige stoppertjes als ‘Mijn hobby’s zijn tennis, golf en mijn gezin natuurlijk.’ Cornelisse bespreekt een groot aantal uiteenlopende onderwerpen, waaronder reclameleuzen en de beperkte houdbaarheid daarvan en de verwording van de jongensnaam Kees tot meisjesnaam, en weet aannemelijk te maken dat het toenemend gebruik van het woord ‘neuken’ niet per se hoeft te duiden op taalverloedering. Een vrolijke en leerzame bundel, door Cornelisse zelf verlucht met tekeningetjes waarboven een tekstballon hangt.

Online hulp bij grammatica

Twijfel ik tijdens het schrijfproces? Dan ga ik meestal naar de website van Genootschap Onze Taal. Dat is wat mij betreft dé plek om antwoord op grammaticavragen te vinden. En kun je het niet zo snel vinden, dan kun je het direct vragen. Ideaal. Voor woordkwesties is de website van Van Dale ook erg handig. Wie is er niet opgegroeid met ‘de dikke Van Dale’…